Vattenfall reageert in hoger beroep: Memorie van Antwoord en incidenteel appel

In onze nieuwsbrief van 16 september 2025 hebben wij gemeld dat Stichting NUON-Claim (hierna: “de stichting”) de gronden van het hoger beroep had ingediend en dat Vattenfall vervolgens mocht reageren. Die reactie is er nu.

Op 25 november 2025 heeft Vattenfall haar Memorie van Antwoord ingediend. Vattenfall legt daarin uit waarom zij vindt dat het hoger beroep van de stichting moet worden afgewezen. In hetzelfde processtuk stelt Vattenfall ook incidenteel appel in. Dat betekent dat Vattenfall - naast het voeren van verweer - óók zelf het gerechtshof vraagt om op enkele onderdelen anders te oordelen dan de rechtbank eerder deed.

De stichting heeft op 3 februari 2026 gereageerd met een Memorie van Antwoord in het incidenteel appel. Op 12 maart 2026 heeft het gerechtshof een datum vastgesteld voor de mondelinge behandeling van het hoger beroep: woensdag 9 september a.s. om 10:00 uur.

In deze nieuwsbrief lichten wij de stand van zaken op hoofdlijnen toe en wat dit betekent voor het vervolg.

Wat zegt Vattenfall in haar Memorie van Antwoord

Vattenfall stelt dat het vonnis van de rechtbank (waarin de vorderingen van de stichting zijn afgewezen) in stand moet blijven. Vattenfall betoogt dat de kW-component een toelaatbare prijscomponent is die met kleine grootverbruikers mocht worden afgesproken en die ook voldoende kenbaar zou zijn geweest. Volgens Vattenfall gaat het om zakelijke grootverbruikers in een geliberaliseerde markt, van wie mag worden verwacht dat zij aanbiedingen kunnen vergelijken en contractvoorwaarden kunnen beoordelen. Volgens Vattenfall deed zij na de liberalisering een aanbod dat zij als passend beschouwde bij de klantbehoefte.

Daarnaast voert Vattenfall meer formele verweren in relatie tot het collectief. Zo stelt zij dat de stichting volgens haar onvoldoende concreet heeft gesteld welke feiten en omstandigheden voor de hele groep gedupeerden gelden. Ook stelt Vattenfall vraagtekens bij verschillende procedurele uitgangspunten, waaronder de afbakening van de groep en de(on)mogelijkheid om bepaalde beslissingen over de procedure in hoger beroep opnieuw ter discussie te stellen.

Incidenteel appel: waar richt Vattenfall zich op

Met het incidenteel appel probeert Vattenfall op een aantal punten het debat te verleggen. In de kern gaat het om drie onderwerpen. Ten eerste richt Vattenfall zich op ontvankelijkheidskwesties: zij stelt dat niet is voldaan aan de eisen die aan een belangenorganisatie in een collectieve procedure worden gesteld. Ten tweede gaat het incidenteel appel over vragen rondom de toepasselijkheid van het collectieve actierecht en de manier waarop de procedure onder de WAMCA moet worden behandeld. Ten derde bestrijdt Vattenfall het oordeel van de rechtbank over de toepasselijkheid van de Wet acquisitiefraude in deze zaak.

Reactie van de stichting op het incidenteel appel

De stichting heeft in haar Memorie van Antwoord in het incidenteel appel gemotiveerd verweer gevoerd en het gerechtshof gevraagd het incidenteel appel af te wijzen. De stichting legt daarin uit waarom zij wél voldoet aan de eisen die aan collectieve belangenbehartiging worden gesteld. Daarbij gaat het onder meer om de governance en onafhankelijkheid van de stichting, de transparantie over procesfinanciering en de afspraken die eerder in de procedure zijn vastgesteld, en de representativiteit van de achterban.

Verder reageert de stichting op de procedurele bezwaren van Vattenfall en licht zij toe waarom het volgens haar juist is dat het collectieve actierecht in deze zaak op de gekozen wijze wordt toegepast. Tenslotte zet de stichting uiteen waarom het beroep op de Wet acquisitiefraude in deze procedure wél relevant en toepasbaar is.

Hoe nu verder

Met de Memorie van Antwoord van Vattenfall en de reactie van de stichting in het incidenteel appel zijn belangrijke stappen gezet. De volgende stap is een mondelinge behandeling waarbij partijen hun standpunten verder kunnen toelichten. Het gerechtshof heeft deze datum bepaald op woensdag 9 september a.s. om 10:00 uur. Noteert u alvast deze datum. Het zou mooi zijnals u daarbij in grote getalen aanwezig kunt zijn. Over hoe dat precies werkt, ontvangt u nog bericht.

De verwachting is dat het gerechtshof eind 2026, begin 2027 een vonnis zal wijzen. Dat hoeft geen eindbeslissing te zijn. Ook een tussenbeslissing, waarbij op enkele geschilpunten wordt beslist, en verder wordt geprocedeerd over andere geschilpunten, is mogelijk.

Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn, stellen wij u daarvan uiteraard op de hoogte.

Met vriendelijke groet,

het bestuur van Stichting NUON-Claim